Sloeproeien. Een spectaculaire sport, en loodzwaar. Iets voor rouwdouwers. Deze week trainde de Zwolse equipe nog een keer voor de Grachtenrace, een thuiswedstrijd.

Het is maandagavond, even voor achten. De veldstem van stuurman Vincent Veldhuijs schalt over het water. ,,Stuurboord op! 1, 2, 3, 4, 5!” Dan legt de houten sloep aan langs de steiger van Hofvlietvilla. Het is een lust voor het oog. ,,Het was oorspronkelijk een echte tweemaster, gebouwd in de jaren 50″, glundert bemanningslid Michiel Lublink. De geboren Terschellinger ademt logischerwijs passie voor de roeisport. ,,We denken dat de sloep aan de Zeven Provinciën heeft gehangen, een fregat van de Marine. Gaaf toch?”

Van sloop gered

Dat is het zeker. Een jaar terug redden de mannen van Sloeproei-en Zwolle de schuit van de sloop. Op zijn telefoon toont Lublink foto’s van het wrak, toen nog in erbarmelijke toestand. ,,Met hulp van een scheepsbouwer hebben we de sloep weer zeewaardig gekregen en konden we deelnemen aan wedstrijden.”

Genoeg geschiedenis. Het plan is om met de achtkoppige bemanning een rondje te maken door de wateren waar het zaterdag moet gaan gebeuren. Een laatste inspectie, zeg maar. Lukt het op volle snelheid tussen de dukdalven van de Kamperpoortenbrug door te varen? Hoe zit het met de laaghangende takken van de treurwilgen achter Museum De Fundatie? Welke invloed heeft de wind in het trekgat achter De Spiegel? In een wedstrijd als deze – waar het lastig inhalen is – kan kennis van het parkoers doorslaggevend zijn. Met een vaart van dik tien kilometer per uur doorklieven we het water. Gaat eigenlijk best hard, zo vanuit de boot bekeken. Langs de Sassenpoort, dan verschijnt aan stuurboord Groot Weezenland en scheren we onder het Kerkbrugje door. Roei! Roei! Roei!

Blaren

Niet veel later is de eerste ronde gemaakt. De Swolla – zoals de sloep na de renovatie door het leven gaat – meert aan voor een korte bespreking. Ondertussen toont Xandrijn Bakker de binnenkant van zijn handen. Bezaaid met blaren. En op de blaren weer nieuwe blaren. Bij de palmen van zijn ploeggenoten is dan niet anders. ,,Het is fysiek een ontzettend zware sport”, vertelt de stuurboord-slag. ,.Benen, buik, rug, armen. Je hebt het allemaal nodig. En dan heb ik het nog niet eens over je kont. Al onze billen liggen open van het vele schuren over de houten bankjes.” Het is bijna zelfkastijding.

Op karakter

Tijd om zelf de proef op de som te nemen. Jan Leenstra staat zijn plekkie graag af, om de lippen een minzaam glimlachje. Lang verhaal kort: het valt vies tegen. De rug hol, armen recht en roeispaan vlak. Benen op het juiste moment uitstrekken en dán nog gelijke tred zien te houden met de anderen. Op karakter volbrengen we een rondje, zij het iets minder hard dan in ronde 1. Godzijdank doemt de Hofvlietvilla weer op. De oogst na één rondje? Eén doorweekt shirt van het zweet, twee verzuurde armen en drie blaren. De wedstrijd van zaterdag gaat over zo’n zestien (!) kilometer…

Lees hier het volledige artikel van De Stentor (Tom Wildvank

Foto: Frans Paalman